Bloembollen:

Januari: Controleer vorstgevoelige bollen, knollen in de winterberging

regelmatig.Haal aangetaste, beschimmelde of rottende bollen  weg.

Hyacinten, krokusjes , narcissen en tulpen kunt

u in bloei trekken door ze op te potten en koel weg te zetten. Zet ze pas

warmer als de bloemknoppen zichtbaar zijn.

 

Februari: De knollen van de dahlia's die gedurende de winter in bakjes

vorstvrij werden opgeslagen zullen weldra gaan uitlopen. Steek de

knollen in aparte potten, zet ze op een plaats in het zonlicht en geef

al eens water. De knollen zullen sneller tot leven komen en mooie

scheuten vormen die in maart kunnen dienen als stek.

De uitgebloeide winterakonieten en de sneeuwklokjes

mogen nu gescheurd en verplant worden. Haal ze

voorzichtig uit de grond met een met de spade en verdeel de

oorspronkelijke pol in meerdere stukken. Elk stuk mag dan terug

worden uitgeplant met in de plantput een kleine hoeveelheid

compost of ander organisch voedsel. Plant de kluiten even diep

als ze eerst stonden. Zijn de lelies nog niet gepoot ?, dan kan men

dat nu als nog doen.

 

Maart: De uitgebloeide narcissen vormen zaaddozen die veel

energie van de planten vragen. Daarom is het aan te raden, toch

wekelijks de uitgebloeide bloemen te verwijderen.

Verschillende zomerbollen mogen nu al de grond in. Denk

hierbij aan Crocosmea en anemoontjes .

De nog meer vorstgevoelige zomerbloeiende bloembol zoals de

dahlia kunt u binnen al wel in pot zetten, maar pas na de

ijsheilige buiten op zijn definitieve plaats zetten.

 

April: Nijp de uitgebloeide Narcisbloemen uit want anders steekt de

plant al zijn energie in de zaadvorming i.p.v de energie op te slaan

voor de nieuwe bloemknoppen van volgend jaar. Het loof van

uitgebloeide bollen rustig laten afsterven. Tegen het eind van deze

maand moeten alle zomerbloeiende bollen de grond in om in de

zomer rijkelijk te kunnen bloeien. 

Laat de in de huiskamer uitgebloeide Amaryllis na de bloei uitrusten.

Geef de bollen meerdere keren een kaliumbemesting om een goede

bloemknopzetting voor het volgende jaar te bekomen.

 

Mei: Bij hyacinten worden de uitgebloeide bloemstengels verwijderd.

Als je de bollen wilt bewaren laat je de planten staan tot het blad

helemaal is vergeeld. Pas als het blad helemaal geel is, kun je de

bollen rooien en tot het najaar in droge turf bewaren. Je kan ze ook

rustig in de grond laten staan, zodat je er volgend jaar weer volop

plezier van heb. De zomerbloeiende bollen zoals begonia's en dahlia

etc. moeten dringend de grond in om tijdens de zomer rijkelijk te

kunnen bloeien.

Sieruien: Kleinbollige sieruien zijn geschikt voor verwildering en kunnen

jaren op dezelfde plek blijven staan. De grootbollige sieruien, zoals

Allium kunnen het beste eens in de 2 jaar na de bloei worden gerooid.

Bewaar ze gedurende de rest van de zomer op een warme en droge

plaats en plant ze in het najaar, bij voorkeur op een andere plaats,

weer in de tuin. Wanneer ze niet gerooid en verplaatst worden,

loopt de bloei snel terug.

Winterakoniet: De bloemen van winterakoniet zijn inmiddels verwelkt.

Hun groen 'kraag' draagt nu de opengesprongen kokervruchten.

De zaden rollen er zomaar uit en kiemen in vochtige grond. zanderige klei

blijkt ideaal, maar er mogen geen sterke ander planten in de buurt staan,

want dan raken de zaailingen overwoekerd. Alleen   op open plekjes

komen ze tot volle ontwikkeling en vormen daar knolletjes in de grond.

 

Juni: Er zijn minstens zes weken verstreken na de bloei van de tulpen,

paaslelies blauwe druifjes krokussen. De bladere

mogen dan ook worden afgesneden. Indien men te snel na de bloei de

bladeren zou verwijderen dan zullen de bollen het volgende jaar veel

minder tot niet bloeien. Bloembollen kunnen wanneer het blad is

afgestorven ook worden opgegraven, gedroogd en bewaard.

De op pot gekweekte Dahlia Canna's (Indisch bloemriet)

en de lelies moeten als je dat nog niet gedaan heb, dringend de

tuin in. Je kunt ze uiteraard ook verder in potten laten uitgroeien

voor op het balkon of op een terras. In potten zullen ze wel veel

water nodig hebben. Bolletjes van de herfstanemonen  mogen drie

maanden voor het bloeien de grond in. Door de knolletjes

nu te planten zullen ze bloeien als de meeste planten over

hun hoogtepunt heen zijn.

 

Juli:  Er zijn lage en hoge dahlia’s. De vracht aan bloemen kan enorm

zwaar worden, waardoor de stelen vrij gemakkelijk kunnen

breken. Zet tonkinstokken (bamboe) bij de planten en bind

iedere stengel daar apart aan vast (dit staat mooier).

Opbinden van uw dahlia's heeft als voordeel dat ze bij wind of bij

regen niet onmiddellijk omvallen. Zijn de bloemknoppen of de

bladeren van uw dahlia's aangevreten dan zijn de oorwormen

wellicht de daders. Deze zijn milieuvriendelijk uit de tuin te vangen

door bloempotten  op te vullen met stro of met houtwol.

Plaats de opgevulde bloempotten omgekeerd op een

bamboestok. De oorwormen zullen na hun nachtelijke eetfestijn

onder de (hout)wol kruipen. Na enkele dagen kunt u de

bloempotvallen leegmaken. Oorwormen zijn anderzijds ook

nuttig als verdelgers van bladluizen, dus als de schade beperkt

is kun je ze beter met rust laten.

 

Augustus:

September: Het is vanaf nu het moment om voorjaarsbloeiende

bloembollen zoals tulpen, narcissen, krokussen enz te

planten. Voor de plantdiepte gebruikt men vaak als stelregel 3

maal zo diep als de hoogte van de bol in kwestie oftewel 2 maal

de hoogte boven de bol houden. In een kleigrond kan je beter wat

hoger planten: 2 x zo diep. Zorg ervoor dat de bolvoet goed in

contact komt met de bodem zodat deze voor de winter nog nieuwe

wortels kan vormen. Zomerbloeiers zoals de dahlia en de begonia

zullen langer doorbloeien als de uitgebloeide bloemen regelmatig

verwijderd worden.
 

Oktober: Vroegbloeiende bloembollen kun je nu nog volop

planten. Denk hier bij ook eens aan de verschillende soorten sieruien

Bulgaarse sierui: Een bijzonder aantrekkelijk bolgewas dat bij de

meeste tuinliefhebbers nog onbekend is. Door hun

aparte bloemvorm verdienen ze een mooi plekje.

Standplaats:  zon / halfschaduw. Bloeitijd: Juni - Juli

 

Sierui (Allium): Een groep van hoog groeiende sieruien, te midden

van andere lager groeiende vaste planten, geeft een extra dimensie

en brengt diepte in de border aan. Sommige soorten bloeien vroeg

in het voorjaar en dat is toch heel erg welkom zo kort na de winter.

Dahlia's en knolbegonia zijn knolgewassen die gedurende de winter

vorstvrij bewaard moeten worden. Snij de stengels af op 10 cm boven

de grond en rooi ze. Daarna reinig je de Dahlia's van

alle aarde. Steek ze in een bakje met droge turfmolm of

met houtkrullen en zet ze daarna op een donkere vorstvrije plaats.

Tijdens de wintermaanden kun je de knollen nog eens nazien op

rotting of schimmels. 

 

November: Plant Oosterse sterhyacint (Scilla's), voorjaarsanemonen.

De reeds gerooide dahliaknollen, gladiolen, begoniaknollen, die

weggeborgen staan eens controleren op rotten en schimmels.

Amaryllis (Hippeastrum) oppotten en op een lichte

standplaats zetten. Kies bij de aanschaf voor de

grootste bollen waarin veel reservestoffen zitten

opgeslagen.  Er zijn groot- en kleinbloemigen en enkel- en

dubbelbloemigen. De wortels die nog aan de bol zitten moet je

zeker sparen. Vul een bloempot met potgrond en steek de bol

voor twee derde in de grond. Ze kunnen gewoon op de vensterbank

worden geplaatst maar liefst in een goed verwarmde huiskamer

want ze houden van 20°C. Geef weinig water totdat de stengel

tevoorschijn komt. Zodra de knop en het blad zichtbaar worden

dan mag men geleidelijk aan meer water geven. De stengel groeit

daarna zeer snel en al spoedig zorgen enkele prachtige bloemen

voor de climax. Dit hele proces kan zo’n 6 tot 10 weken duren.

Na de bloei: Als de bol is uitgebloeid, gooi hem dan niet weg!

Met wat zorg en aandacht kan hij volgend jaar weer opnieuw

in bloei worden gebracht. Snij na de bloei de uitgebloeide

bloemen weg en laat de bladeren zich verder ontwikkelen.

Geef regelmatig water en voeg wat kamerplantenmest aan het

gietwater toe. De amaryllis is erg gesteld op mest met ijzer en

magnesium. Begin september vermindert u de watergift.

In oktober stopt u met water geven. Geef de bol dan een tijdje

rust op een koele, donkere plaats. In januari pot u de bol weer

op, nadat alle oude aarde, verdroogde wortels en bladeren

verwijderd zijn. Op deze manier staat de bol in maart weer in

bloei. Wel neemt de bloei af, naarmate u de bol meerdere jaren

over weet te houden.

 

December: Als je de voorjaarsbollen nog niet hebt geplant, kun je

dat nu nog doen.Maar dan moet je wel opschieten. Plant ze zeker niet

later dan midden december, want ze hebben een behoorlijke

ontwikkelingstijd nodig om goed en op tijd te kunnen bloeien.

 Controleer vorstgevoelige bollen, knollen in de winterberging

regelmatig. Haal aangetaste, beschimmelde of rottende bollen  weg.

 

BESCHERMING EN WATER:
Na het planten van de bloembollen moet u de grond goed water geven.

  Bij strenge vorst is het aan te bevelen de grond af te dekken

met bijvoorbeeld compost.

100 DAGEN KLEUR:
Het is mogelijk om met bloembollen in het voorjaar 100 dagen bloei te

krijgen in een bak of in de tuin. 

JARENLANG PLEZIER: Voor meerjarenbloei is het wel noodzakelijk om

bij te mesten. Het is het eenvoudigst om hierbij gebruik te maken 

van een samengestelde meststof die verkrijgbaar is in korrelvorm.